Het ontwerp van de
paardentramremise met stallen "Schinkelhaven" is van architect
Abraham Salm, en dateert van 1884.
De opdrachtgever was de Amsterdamse Omnibus Maatschappij en het werd gebouwd in 1884 (en 1885?) door aannemer A. van Zelst.
Het T-vormige complex rond een binnenplaats, gebouwd aan de toenmalige stadsrand bij de uitgang van het Vondelpark is van cultuurhistorisch belang voor de architectuur- en vervoersgeschiedenis. Het bestaat uit twee onderdelen met drie verschillende gevels:
1. Tramremise met gevel aan Amstelveenseweg 134.
2. Stallen met daarboven aan de kant van Schinkelhavenstraat 27 de woning van de stalbaas en keuken en aan de kant van de Eerste Schinkelstraat 16 de hoefsmederij.
(overigens: enkele meters links van de hoefsmederij stond vanaf 1902 tot na 1928 de grootste
cocaïnefabriek ter wereld)
oude foto's
-
bouwtekeningen
Het complex is tegenwoording in gebruik door de
Binnenpret.
Façade Amstelveenseweg
De gevel is een mooi voorbeeld van de russische nationale stijl.
De Tramremise is qua stijlkeuze en kleurigheid wellicht Abraham Salm's meest gewaagde werkstuk, en een van de
ijkpunten binnen zijn œuvre.
Een
ingekleurde lithografische afdruk van de ontwerptekening (in spiegelbeeld dus) werd in 1900 naar de wereldtentoonstelling in Parijs gezonden.

Kunsthistoricus Arjen Looyenga ontdekte, dat de gevel geïnspireerd lijkt op een
tekening van de russische schilder en
architect Viktor Hartmann: een ontwerp voor een klok in de vorm van de hut van Baba Yaga. Baba Yaga is een heks uit een russisch sprookje, die woonde in een hut op kippenpoten. De tekening hing op de tentoonstelling waarop Hartmann's vriend, de componist
Modest Moessorgski zijn "Schilderijen van een tentoonstelling" baseerde, waarvan "
De hut op kippenpoten, Baba Yaga" een deel is.
Via Triumphalis aan de zuidkant van het Vondelpark
Paardentram bij Amstelveenseweg 124, café Schinkelhaven (Stadsarchief Amsterdam)
De Amstelveenseweg en haar directe omgeving was in de laatste drie decennia van de negentiende eeuw een showcase van plezier- en vermaaksarchitectuur. Blijkbaar geëntameerd door de nabijheid van het Vondelpark, werden hier bebouwingen geplaatst die een toonbeeld waren van speelse vormentaal, en kleine of grotere experimenten presenteerden op het gebied van stijl en materiaalgebruik, bijvoorbeeld het (in de jaren-50 afgebroken) Broeker Huis uit de jaren 1880; de (gesloopte) uitspanningen in 'chalet'-stijl; en het (in 1998 gesloopte) Boomschorshuisje uit 1886. Deze architectuur herinnert, hoewel ze functioneel is, aan de zogenaamde folly.