surrealisme en anarchisme

zaterdag 13 oktober 2007

Lezing van Dick Gevers over zijn boek ‘Surrealisme en Anarchisme’

"De surrealisten beoogden een revolutionaire verandering in de kunst en in de maatschappij. Het surrealisme is in essentie anarchistisch. Dit aspect wordt in de vele publicaties over het surrealisme genegeerd of komt nauwelijks aan de orde. Hierdoor ontstaat een onjuist begrip van het surrealisme dat tot de belangrijkste kunststroming behoort van de XXe eeuw en nog niet aan vitaliteit heeft ingeboet.
De uitgave toont de innige relatie aan tussen het surrealisme en het anarchisme. Dit leidt tot een andere kijk op het surrealisme."

in de Anarchistische Bibliotheek Amsterdam

Germaine Berton In een goed gevuld café met snorrende kachel en koelkast, vertelde Dick in grote lijnen wat in het boek staat. En meer, want dat is het voordeel van live aanwezigheid van de auteur, dan kun je nog eens een vraag stellen. De inhoud van het boek is opzienbarend. Op een of andere manier zijn de surrealisten in ons collectieve geheugen terechtgekomen als fervente communisten, ja zelfs stalinisten. Terwijl ze in oorsprong volledig op het anarchisme teerden, en daar ook vierkant voor uitkwamen.

Niet alleen waren ze oorspronkelijk zwaar geïnspireerd door 'de zwarte spiegel van de anarchie', ze hadden de meeste bewondering voor de meest radicale anarchisten. Typerend is bijvoorbeeld de voorpagina van het eerste nummer van 'La Revolution Surrealiste' uit 1924, waar de foto's van alle toonaangevende kunstenaars uit de groep (plus Freud) om een portret gedrapeerd zijn van de anarchistische activiste Germaine Berton, die kort daarvoor een bomaanslag had uitgevoerd op de uitgever van een extreemrechtse krant. Ook de vermaarde 'anarchist van de daad' Emile Henry en de letterlijk vrijgevochten bankroversbende van Bonnot werden door de surrealisten zeer geprezen.

De surrealisten zagen hun kunst ook als onderdeel van de anarchistische strijd voor bevrijding, en vonden (na de 1e wereldoorlog) dat de westerse beschaving het beste geheel op de schop kon. In de loop van de jaren 1920 treden steeds meer surrealisten - hoewel niet allen, er ontstaat een splitsing - toe tot de communistische partij. Later legt Breton, de voornaamste woordvoerder van de groep, uit dat ze zich hadden laten verblinden en dat in die tijd alleen de 3e internationale nog in staat leek de wereld te veranderen. Na een tijd zien ze wel in dat Stalin een foute boel is, maar ze wenden zich dan eerst nog tot Trotski. Die probeert ze te paaien voor zijn stroming zonder ze al teveel ruimte te willen geven. Na de 2e wereldoorlog (en de dood van Trotski) bevestigen Breton en de meeste overlevers hun adhesie aan het anarchisme, op een paar 'afvalligen' na die stalinist blijven (Aragon, Éluard) of naar rechts afdrijven (Dali).

André Breton schrijft in 1952 in Le Libertaire een indrukwekkende schuldbekentenis en benadrukt het belang van het anarchisme ("... en wel te verstaan het echte anarchisme - en niet de karikatuur die men ervan maakt, of het schrikbeeld dat men ervan schetst - maar het anarchisme dat onze kameraad Fontenis beschrijft "als het echte socialisme, dat wil zeggen die hedendaagse eis dat de menselijke waardigheid (zowel de vrijheid van de mens als zijn welzijn) erkend wordt; het socialisme, niet in de beperkte betekenis van een oplossing voor economisch of politiek probleem, maar als de wijze waarop de uitgebuite massa's uiting geven aan hun verlangen tot het scheppen van een maatschappij zonder klassen, zonder staat, waarin alle menselijke waarden en aspiraties verwezenlijkt kunnen worden." ") Die kan zo op een tegeltje!

Achterin het boek is een aantal surrealistische manifesten (eigenlijk brieven) opgenomen die nog ongelofelijk actueel klinken. Zo kan de Brief aan de Rectoren van de Europese Universiteiten (van 15 april 1925: "Wat tevoorschijn komt na door de zeef van uw diploma's geperst te zijn, is een bloedeloze en verloren jeugd (...)") zo aan de muur van de huidige universiteit gespijkerd.

Het boek begint met wat algemene informatie over de relatie tussen anarchisme en kunst. Waarin we onder meer lezen dat de grote componist Richard Wagner letterlijk ooit nog met Bakoenin op de barricades heeft gestaan. Tijdens de lezing vertelt Dick Gevers dat Bakoenin ook model stond voor Wagner's Siegfried. Later bekoelde de relatie, en veranderden de politieke standpunten van Wagner.

Maar de surrealisten kwamen natuurlijk pas veel later kijken. Het is eigenlijk vreemd dat het feit dat die (nog steeds) belangrijke kunststroming zo nauw verbonden was aan anarchistische stromingen en ideeën, zo ondergesneeuwd was. Dit boek maakt daar een (begin van) een eind aan.

Dick Gevers' boek bevat naast flink wat illustraties in zwart-wit, een paar prachtige ingeplakte kleurenillustraties. Ruim 130 pagina's voor 12,50 is ook nog eens een koopje. (Surrealisme en Anarchisme, Dick Gevers, Uitgeverij Iris, ISBN 978-90-802824-5-2)

(verslag door Kees Stad)