WAARDE­STELLING

FACADE VOORMALIGE TRAMREMISE DER AMSTERDAMSCHE OMNIBUS MAATSCHAPPIJ
AMSTELVEENSEWEG 134, AMSTERDAM

Wim Meulenkamp
Utrecht, 12 maart 1998

De architecten

De ontwerpen voor de faÁade van de voormalige Tramremise aan de Amstelveenseweg dateren uit 1883-84, en gingen uit van het als bureau functionerende tweemanschap van vader en zoon Gerlof Bartholomeus en Abraham Salm (resp. 1831-1897 en 1857-1915). De remise werd uitgevoerd in 1884, met A. Zelot als aannemer.

Meer dan zijn vader, betoont Abraham Salm zich in zijn werk een extrovert architect, die vooral in de jaren 1880 en 1890 een voorkeur toont voor de meer exuberante kanten van de geboden mogelijkheden binnen het zg. eclecticisme. Onbekommerd gebruikt of mengt hij Hollandse renaissance met italianiserende vormen en werken in de ‘chalet’-stijl. Na 1900 is Abraham Salm's werk wat terughoudender, zoals Norbert Middelkoop reeds opmerkte.

De beide Salms werkten voornamelijk in Amsterdam en Hilversum, maar hebben ook elders werk uitgevoerd, en dan voornamelijk villa- en buitenplaatsarchitectuur.

De architecten Salm en hun mede-eclectici zijn in de twintigste eeuw voornamelijk geridiculiseerd (door de Modernistische beweging), en het mag een klein wonder heten dat de Tramremise het (anders dan zoveel van de andere bebouwing aan de Amstelveenseweg) heeft overleefd. Sedert de jaren 1980 is een opwaardering gaande van G.B. en A. Salm, vooraleerst doordat men oog kreeg voor de projecten in Hilversum en de restauratie van de ten dode opgeschreven Zeister villa Ma Retraite. Met de tentoonstelling over de architecten Salm en de publicatie van het bijbehorende boek in 1997 hebben de Salms ferm hun plaats binnen de Nederlandse architectuurgeschiedenis ingenomen, en wordt pas duidelijk welk een rijkdom aan vormen en decoratie de beide bouwmeesters rond de eeuwwisseling aan de architectuurgeschiedenis hebben kunnen toevoegen.

De faÁade

De voorgevel van de Tramremise (de overige delen van dit complex worden niet in deze waardestelling betrokken, maar zijn mede van evident belang) is uitgevoerd in een treffende polychromie, die voor velen wellicht in eerste instantie aan de door Salm zo geprefereerde Zwitserse 'chalet'-stijl lijkt te refereren, maar in werkelijkheid aan Russische landelijke architectuur en decoratie dient te herinneren.

Het kleurgebruik is uniek voor Amsterdam en ook nationaal zal men een dergelijke exterieur-polychromie niet snel terugvinden.

De omgeving

De Amstelveenseweg en haar directe omgeving is in de laatste drie decennia van de negentiende eeuw een showcase van plezier- en vermaaksarchitectuur geweest. Blijkbaar geŽntameerd door de nabijheid van het Vondelpark, werden hier bebouwingen geplaatst die een toonbeeld waren van speelse vormentaal, en kleine of grotere experimenten presenteerden op het gebied van stijl en materiaalgebruik. Hierbij zijn te vermelden het zg. Broeker Huis uit de jaren 1880, dat in de jaren 1950 werd afgebroken; de gesloopte uitspanningen in 'chalet'-stijl; en het in 1998 deels gesloopte zg. Boomschorshuisje (de gevel - het belangrijkste element van dit huis- is in opslag en zal elders worden herplaatst) uit 1886.
Ook aan de andere drie zijden van het Vondelpark komt men joyeuze architectuur tegen, maar nergens in Amsterdam heeft men een 'via triumphalis' van de plezierarchitectuur gekend zoals aan de zuidkant van het Vondelpark.

Het enige andere voorbeeld in Nederland van negentiende eeuwse russificerende architectuur is merkwaardig genoeg niet erg ver verwijderd van de Tramremise, in de Roemer Visscherstraat: het ongeveer tien jongere huis Rusland, in de woningenrij De Zeven NatiŽn, door de gebroeders Tjeerd en Roelof Kuipers.

Plaats binnen het œuvre

Samen met bijvoorbeeld Ma Retraite in Zeist en het zg. Salm-huisje in Beek, vormt de Tramremise een van de ijkpunten binnen de nog bestaande reeks van werken van Abraham Salm.
Ofschoon de Tramremise officieel het werk is van vader en zoon Salm, draagt het, mede gezien het latere oeuvre, veel meer het eigen stempel van de zoon, zoals ook Middelkoop stelt. G.B. Salm heeft met name bij dit project zijn zoon de vrije teugel gelaten en van hieruit heeft Abraham Salm zijn eigen oeuvre opgebouwd. Qua stijlkeuze en kleurigheid is de Tramremise wellicht Abraham Salm's meest gewaagde werkstuk.

Overigens kan men de voorgevel van de Tramremise ook zien als een folly, met name door de gekozen stijl en uitvoering. Abraham Salm bouwde wel meer follies, bijvoorbeeld het tramhuisje voor het verdwenen Huis Stollenberg uit 1890-92 in Beek (Gld.) - tegenwoordig herplaatst en bekend als Het Salmhuisje; en een eveneens vernietigde schijnruÔne in het naburige Berg en Dal met bijbehorend (nog wel intact) cementrustiek bruggetje uit 1892.

Waardestelling

De faÁade van de Tramremise aan de Amstelveenseweg 134 is in architectuurhistorisch opzicht van nationaal belang om de volgende redenen:

A. Als eminent en belangrijk voorbeeld van eclectische architectuur uit het laatste kwart der negentiende eeuw.
B. Vanwege de uniciteit der gehanteerde bouwstijl (‘Russisch’).
C. Vanwege het opvallende kleur- en materiaalgebruik.
D. Als een der ijkpunten binnen het œuvre van de architect Abraham Salm GBzn.

Bovendien is het gebouw (als volledig complex) van groot belang voor de vervoersgeschiedenis, en uit cultuurhistorisch zicht.

Gebruikte literatuur:

Architektenburo Cok van Veen, Haalbaarheidsonderzoek herstel gevels Tramremise Amstelveenseweg, (ongepubl. rapport) Amsterdam 1997.

Janjaap Kuyt, Norbert Middelkoop en Auke van der Woud, Bouwmeesters van Amsterdam: G.B. Salm & A. Salm GBzn, Amsterdam en Rotterdam 1997.

Wim Meulenkamp, Follies: bizarre bouwwerken in Nederland en BelgiŽ, Amsterdam en Antwerpen 1995.


W.G.J.M. Meulenkamp is voorzitter van De DonderbergGroep: Stichting voor Follies, Tuinsieraden en Vermaaksarchitectuur; en vice-voorzitter en trustee van The Folly Fellowship (Groot-BrittanniŽ). Hij schreef onder meer:

Follies: A Guide to Rogue Architecture in Engeland, Scotland en Wales (met Gwyn Headley, Londen 1986, tweede editie 1990, derde editie 1998);
Brickwork (met Andrew Plumridge, New York 1993, met latere Hedities);
Topkapi & Turkomanie: Turks-Nederlandse ontmoetingen sinds 1600 (co-redactie, Amsterdam 1990);
Follies: bizarre bouwwerken in Nederland en BelgiŽ (Amsterdam en Antwerpen 1995);
Verloren land: drie eeuwen non-conformisme (Nieuwegein 1996);
Buiten de kerk: processieparken, Lourdesgrotten en Calvariebergen in Nederland en BelgiŽ (met Paulina de Nijs, Nieuwegein 1998).

www.binnenpret.org